Monthly Archives: oktober 2015

Goed nieuws

By | Alle daagjes | One Comment

Dat was een prima tijd. Hoewel ik zoals u weet geen tijdrijder ben, heb ik mijn honderdje na afloop eens even langs de meetlat gelegd. Om maar meteen met de deur in huis te vallen. 25.3 km per uur gemiddeld. Zo, die staat. Let wel, zonder me de ballen uit mijn joggingbroek te rijden of ander lichamelijk ongemak. Wat een voldoening, mien fietse na te zien dampen onder het genot van de rook van de weduwe van de zware na dit spektakelstuk. Als een echte magiër zie ik door de rook heen mijn knappe verschijning reeds voor me. Mijn bronstig en gespierde torso, onweerstaanbaar, gestoken in aerodynamisch niets verhullende fietsmaillot. De geluidsbarrière komt in zicht. Nee, die Jampie komt er wel. Goed nieuws dus. Zoals iedere ochtend, toog ik ook vanochtend weer naar de brievenbus om de krant er uit te halen. Daar heb ik ook een bepaald ritueel  voor ontwikkeld. Als eerste gluur ik voorzichtig door een kijkgaatje in de vitrage (‘t kost niks en toch heb je wat). Ontdek ik geen beweging op de galerijen, dan open ik zachtjes de voordeur en kijk links/rechts (altijd in die volgorde) of alles rustig is. Daarna schiet ik als een pijl uit de boog de lift in, waarvan ik hoop dat deze me zonder tussenstop naar beneden zoeft. Wil op dat uur even geen mensen zien. Met militaire precisie heb ik ontdekt dat de vertragingstijd van de liftdeuren exact voldoende is om het laatste nieuws uit de bus te lichten en met een katachtige sprong opnieuw het hijswerktuig in te duiken.  U zult me wel vreemd vinden, maar het eerste wat ik doe in mijn wipstoeltje is ruiken aan de krant. Niet een bepaalde pagina hoor. Maar ‘t ruikt zo lekker die verse inkt. Met boeken heb ik dat ook. Vooral oude boeken ruik ik graag aan. Je ruikt weliswaar geen inkt meer, maar je ruikt de tijd. Een koffievlek, een gedroogd tabakskruimeltje, de slordige vlek van een plat geslagen vlieg. Vergeelde bladzijden met hier en daar een ezelsoor. Maar over kranten. Vroeger als kind was ik stilletjes binnengedrongen in een onbewoonbaar verklaard huisje, aan het eind van het dorp. De krakende planken vloer negerend liep ik naar de muur waar heel oude bijna onleesbare krantenpagina’s onder het behang waren geplakt. Dat was spannend. Nu, inmiddels vele jaren en ontelbare couranten verder, heb ik een primeur; Ik ga een eigen krant uit brengen! DE GOED NIEUWSKRANT. Geen advertenties, uitsluitend positieve familieberichten, geen grote mensenruzies, geen data waarop de wereld minder leuke dingen met ons in petto heeft (hemelen doen we allen eens) en foto’s waarop alle zelfbenoemde wereldleiders slurpend aan een rietje op een verder onbewoond eiland van de Sunny side genieten. Ja, ik weet het, mijn veelzijdigheid maakt me schathemeltjerijk binnenkort. Natuurlijk heb ik gedegen onderzoek gedaan naar de levensvatbaarheid van mijn medium. Dat zit wel snor. Gebleken is dat mensen beter “in hun vel zitten” en minder “uit hun vel springen” bij positieve zaken. Annie en Jaap, die elkaar als collega’s normaliter met ordners, toetsenborden en droge, van huis meegebrachte boterhammen naar het leven staan op de werkvloer presteren uitmuntend na het zien van de dolfijn die een schipbreukeling (er gebeurt nog wel eens wat natuurlijk) het strand wijst. Kijk eens naar de economische gevolgen die dat heeft. Bedrijven, instanties en personen staan rijen dik op de stoep van mijn redactiekantoor om ruimte te kopen in mijn krant. Waardoor mijn schoorsteen kleurige rook de wereld in slingert over zoveel voorspoed. Ik zou zeggen: Neemt u een abonnement! U ontvangt dan geheel gratis het Schuddebuikje.

©J.G. Boomsma

Volksvermaak

By | Alle daagjes | No Comments

De ah’s en oh’s waren niet van de lucht in het kleine Friese dorp. Had ik het eerste kievitsei gepikt?,  Had Us Mem uieruitslag? Nee, dat viel wel mee. Het was in de zestiger jaren dat vader had besloten op handelsmissie naar het verre Groninger land te vertrekken. Met medeneming van het hele gezin. De bronzen koe (Us Mem, de eerste Friese dikbil) zou het zonder mij en ons moeten stellen. Omdat de wereld nog klein was ontmoette ik onder kameraden echter dezelfde blikken, als wanneer ik nu kond zou doen van mijn vertrek naar, ik noem maar een zijstraat Minsk. Maken sommigen zich, wereldwijd, nu druk om rites en gebruiken zesduizend kilometer verderop, wij zouden als moderne nomaden kennis nemen van gewoontes negenenvijftighonderdtwintig kilometers dichterbij huis. Het land waar Walfridus onder verdachte omstandigheden het leven liet (als geschiedkundige zou ik daar eerst wel even onderzoek naar doen). Als een ware kolonist, bestond mijn eerste daad uit het kerven van mijn naam in de oude eik bij het station. Ja, er was een heus station met een verwarmde wachtkamer en kaartjesverkoper achter een loket. In de grote stad tien kilometer verderop was een warenhuis met een roltrap(!), en een fopwinkel (nu heet dat een terreurshop) waar stinkbommen werden verkocht. En niet te vergeten het peerd van ome Loeks, Voor het hoofdstation. Terug nu naar het dorp met de scheve toren. Moest er daarstraks aan denken. Elf november zit er al weer aan te komen, Sint Maarten. Lichtje lopen heette dat. Met uitgeholde suikerbieten en pompoenen, onbrandbaar en dus relatief veilig voor mij belden we als kinderen aan bij juffrouw kikkerbil (ik heb iets met billen, daarvoor excuses). We kregen overal wel wat. Omdat ik als eerste van huis vertrok en als laatste weer thuiskwam, werden de tassen en zakken snoepgoed met heftrucks naar binnen gereden in het op een pakhuis lijkende ouderlijk huis. Das een beetje overdreven hoor. ‘t was een mooie periode, dat wel. Het geeft me een warm gevoel die kleine snotaapjes  van nu te zien lopen met de meest fantasierijke, soms op school gemaakte lampionnetjes. Met rode wangetjes en verkleumde handjes zingend aan de deur. Weliswaar met bij de tijden van nu passend repertoire. De een ingetogen, de ander met stemverheffing. Het mag dan een bedelfeest zijn, maar wel met kinderlijke onschuld. Geen vraagstukken van grote mensen die zich desondanks soms heel klein gedragen. ‘k ga nog even fietsen door ‘t land van Bartje. Verduld nog an toe ‘k heb troanen ien ogen.

©J.G. Boomsma

Verkeerd verbonden

By | Alle daagjes | No Comments

Tuut..tuut..tuut.. verkeerd verbonden, of verkeerd gekozen. We herkennen het vast wel. Een enkel cijfertje wat zorgt voor miscommunicatie tussen zender en ontvanger. Zelf ben ik wel eens aandachtig toehoorder geweest van iemand aan de andere kant van de lijn, die vol enthousiasme een betoog hield over de heilzame werking van hormoonpreparaten, op het moment dat mijn hormoonspiegel nogal beslagen was. Netjes uit laten praten is mijn devies in dit soort situaties. Ook het geschrevene wil nog wel eens zorgen voor Babylonische tekstverwarring. Een enkele punt of komma kan verstrekkende gevolgen hebben, of op zijn minst voor onbegrip zorgen. Heren beeldschermfabrikanten; hier ligt een schone taak! Ik pleit voor het Emo-scherm. Een al naar gelang van het moment oplichtend scherm, verwijzend naar de beleefde emotie van schrijver. Verzint u zelf maar wat leuke kleurtjes. Dat wordt een kaskraker (ik loop aardig binnen). Ik wordt ook met enige regelmaat verkeerd begrepen naar het schijnt. Met enige twijfel moet ik dat erkennen. Want ik bedoel het goed. Maar dat is nu juist mijn manco, zeg maar de makke. Enkele zinnetjes geschreven, of woordjes uitgesproken verbeelden blijkbaar niet de essentie van mijn verbeelde emotie op dat moment. Ik trek mijn boetekleed hiervoor aan…………. Zo dat staat me goed, maar ‘t knelt wel iets. De hiervoor beschreven situatie was ook gisteravond wederom voorgevallen. Reden dat ik de slaap maar moeilijk kon vatten. Hoewel ik draaiend van links naar rechts, in gedachten verzonken en met mijn mond vol tanden lag, zag ik toch de poëzie bij het ontwaken weer voor me.

Met een vriendelijke lach vanachter glas,

lag mijn gebit te schateren dat het nogal vroeg was.

Zo, dat is toch mooi geschreven vind u niet? Ik probeer het van de zonnige kant te zien zak maar zeggen. Ben ook niet haatdragend. Dat combineert niet met het boetekleed. We zouden het allemaal eens iets vaker uit de kast moeten trekken.

©J.G. Boomsma

 

 

Hakke hakke puf puf

By | Alle daagjes | 2 Comments

De keurmeesters van het stoomwezen hebben gesproken, geluisterd, gewikt en gewogen. Een wijs oordeel uitgesproken. Na jaren trouw dienst te hebben gedaan, vol op stoom onder soms zware omstandigheden werd `Jampie 5512` uitgerangeerd. Rust gegund.

Vanuit de beschermde omgeving van het kleine dorp waar ik was opgegroeid, voelde ik me losgelaten in de grote stad. De stad waar de Ambachtsschool stond. De school was anders, de klasgenoten waren anders, De meesters heetten leraren en dus anders, de vakken waren anders… Ik was twaalf en  anders. Terugkijkend was dat het begin van het doolhof van wederzijds onbegrip. Met een zwaar gemoed en een even zo zware schooltas fietste ik vanaf dag twee het ongewisse tegemoet. De wiskundeleraar gaf blijk van totale onkunde om met mijn persoontje om te gaan. Schreeuwend, voor mijn gevoel door krankzinnigheid bevangen, gilde hij in mijn oor “snap je dat dan niet!?”… Nee ik begreep het niet. Alleen de muziekmeester en ik begrepen elkaar. Nu, achtenveertig jaar later kan ik terugzien op een leven waarin ik me puur en alleen op wilskracht overeind gehouden heb. Niet wetend wat er van mij verwacht werd. Als ik dat al wist, dan was daar mijn onkunde om er iets mee te doen. Slechts een van de vele werkgevers waaronder ik heb gediend beloonde mij met een werkplek die gesneden koek voor me was. De KL. De saamhorigheid, de gezamenlijke doelstellingen, het uniform, de hiërarchie, het fysieke. Ik heb dat met beste kunnen terug proberen te betalen met een onvoorwaardelijke loyaliteit. Het was mijn huis en mijn speeltuin. Verdere pogingen van de maatschappij mij in keurslijven te hijsen  leden jammerlijk schipbreuk. Mijn bootje liet aan alle kanten water door. Zwemmend en spartelend probeerde ik me vast te houden. Drijvend in het zwarte water. Tot verbazing van velen en wellicht teleurstelling van weer anderen kwam ik iedere keer weer boven. Sorry daarvoor, waarde ramptoeristen! hihi. Maar de druk is er af. Ongeschikt, afgekeurd mag ik verder. Mag mijn wilskracht gebruiken om te leven en beleven. Fietsen door de natuur, muziek luisteren en komend jaar op zoek langs het spoor van mijn leven. De jubileumrit van ‘Jampie 5512′.

©J.G. Boomsma

Bij de rotonde rechtdoor

By | Alle daagjes | No Comments

Vol ongeloof nam ik het nieuws van deze maandag in mij op. Mij verslikkend in de laatste slok koffie nam ik de ter hand genomen buusdoek voor mijn ogen vandaan en speelde kiekeboe met de voorpagina. Het stond er echt; Zelfrijdende auto neemt verkeerde afslag. Jaren terug, toen Grietinus Kietelaer nog wetenschappelijke stukjes schreef, zat ik altijd dromerig voor me uit te staren bij zijn voorspellingen over het toen nog ver weg lijkende jaar 2000. Tis inmiddels een rare wereld geworden. Schoonmoeders en andere lastige karikaturen moeten vrezen dat er binnen afzienbare tijd een schietstoel op de bijrijdersplaats zal worden gemonteerd. Tegen meerprijs uiteraard. Kennis kost nu eenmaal geld nietwaar. Sommige trendvolgers spitten de meerkleurendruk reclamefolders uit, op zoek naar de zelfrijdende koelkast. Op te roepen vanuit de schommelstoel, met behulp van de telefoon. Dat hoeft voor mij niet. Ondanks mijn scepsis over de veranderingen van de snelle wereld om me heen ben ik van nature nogal goedgelovig. Tot aan de Bisschoppenconferentie van 1967 (hier werd besloten dat pepernoten niet op ooghoogte mochten worden geworpen. veiligheidsbrillen waren er nog niet), had ik een rotsvast vertrouwen in Sinterklaas bijvoorbeeld. Zelfs toen mien mamme gehurkt voor het bed pakjes zat weg te moffelen wilde ik de ontkenningsfase niet in. Maar er zijn grenzen, ook voor mij. Thuis heb ik een kastje waar nog een blikken Volkswagen kever in staat. In het plexiglazen motortje kon ik de zuigers heen en weer zien gaan. Voor het naar bed gaan deed ik de lampen uit. Er zat heuse verlichting op! Zelfs een antenne. Aan de onderkant was hij voorzien van twee zwenkwieltjes, die de kever ongecontroleerde bewegingen door de hele kamer lieten maken. Had hem van Sinterklaas gekregen. Terugkomend op het begin, mijmer ik waarom iedere fantasie moet worden overtroffen door de realiteit van de mad world. Is er dan niets meer heilig? Ik bedoel, tot nog maar een paar jaar terug lieten mensen de fiets voor wat hij was bij zwaar weer. Nu zie je (soms) bejaarden die met supersonische snelheden de wind doorklieven op elektronische wonderfietsen. Remmen en stilstaan wordt aan het toeval overgelaten. Me dunkt dat er grenzen zijn aan het menselijk kunnen. Je hele hebben en houden overgeven aan snoeren en draadjes lijkt me een riskante bezigheid. Jaja, ik ben ervaringsdeskundige. In een week tijd zijn mij twee vernuftige elektronische apparaten ontvallen. ‘t kon gelukkig weinig kwaad, zo bij de keukentafel. Vraag me wel eens af welke afslag we moeten nemen  de oude vertrouwde weg weer op te zoeken. Die was toch wel goed…

©J.G. Boomsma

Lek rijden

By | Alle daagjes | No Comments

Nou, dat was me een geestig ritje vrijdag. Voor het eerst wilde ik een ´scherpe tijd neerzetten´. De plaaggeest werkte in zoverre mee dat er inderdaad een scherp voorwerp mijn voorband was binnengedrongen. Dit maakte andere geesten rijp ook een duit in het zakje te deponeren. De tijdsgeest  bracht door het lekrijden al mijn inspiraties terug naar nul. De driftgeest steeg op vanuit de fietstas, toen ik vol geestdrift de reparatieset opende en constateerde dat bandenafnemers ontbraken. Daar was ik weer mooi klaar mee. Hoewel de afstand Groningen – Assen iets minder is, spookte Rory Gallagher’s ‘million miles away’ op dat moment even door mijn kop. In plaats van achter de muziek aan te lopen kwam het nu op improvisatie aan. Komend jaar zal er op de route Assen – Lugano ook wel een beroep op mijn creativiteit worden gedaan, verwacht ik. Omdat een gevulde maag de geest scherp maakt ging ik eerst maar eens mijn overlevingskist aanspreken. Omringd door herfstkleuren liet ik me de cake van mijn lieve zus goed smaken. Voldaan over de akoestiek van mijn luid gerekte boer langs de stammen in het plantsoen (ik was maar alleen) stond er plotsklaps een jongeman met hond achter mijn bankje in het park. Hij bood aan naar zijn huis te lopen om het benodigde gereedschap te halen, wat ik dankbaar aanvaarde. Even later kwam hij terug met een nagelnieuw bandenreparatiesetje, plus een volwaardige bandenpomp. Het klusje was daarna zo gepiept. Maarten, zo het jongmens heette, was verwonderd over de weinige woorden Frans die ik sprak toen het rubber opnieuw een naargeestig platte vorm aannam. De pneu was nog niet winddicht bleek. “Weet je” zei Maarten “kom maar mee naar mijn huis, mijn vriendin heeft een bakkie klaar en we demonteren je voorwiel wel effe”. De gootsteen naast het nog napruttelende koffiezetapparaat deed dienst als testbassin voor de opnieuw van een verse pleister voorziene binnenband. Nu kwamen er geen luchtbelletjes meer. Met dankbaarheid vervuld over zoveel behulpzaamheid van medemensen liet ik me de koffie in de studentenkamer goed smaken. Maarten studeerde theologie, zijn vriendin Iris deed iets met informatica begreep ik. Wat me opviel was het formaat van de geluidsboxen in het vertrek. Ze zouden niet misstaan op een muziekevenement. Daar zou vast mooie muziek uit komen. Toen ik hen vertelde van mijn reis komend jaar keken ze beide met een lichte frons naar mien fietse, die pontificaal in de kamer stond te wachten op een hereniging van mijn zitvlak. Maarten en Iris bleken ook fervente wielerfanaten te zijn, ‘k moest vooral hun beider karretjes even bewonderen, die gemaakt waren voor zwaar terrein, met dikke banden en veel versnellingen. Allemaal tandwieltjes, dus niks voor mij. Nadat ik beide had uitgelegd met welk type fiets ik op pad zou gaan, bedankte ik hen oprecht voor de behulpzaamheid en lekkere koffie.De thuisreis wachtte. Opnieuw werd me duidelijk dat de trainingsritjes op de nieuwe fiets niet te lang uitstel meer kunnen hebben. Honderd km per dag is nu de max merk ik. Met de juiste framemaat en dito versnellingssysteem kan ik de afstanden opvoeren. De geest is er rijp voor.

©J.G. Boomsma

Sammie uit Korea

By | Alle daagjes | No Comments

Diep geroerd klaag ik ach en wee

Altijd nam ik jou toch mee

Oh, oh, oh, mijn gecompliceerde vazal

Je laatste reis eindigt bij het chemisch afval

Ja, mijn haat/liefde verhouding met moderne prullaria speelde gisteren weer eens op. De mobiele telefoon waar ik na drie lange jaren een zekere band mee had gekregen is overleden. Ze vertoonde de laatste maanden vreemd gedrag. Natuurlijk was ze gecompliceerd in de omgang. Maar enige uitdaging ga ik niet uit de weg, dus had ik haar goed leren kennen. Zorgzaam als ik ben kreeg ze als gewoonlijk iedere avond voor het ter ruste gaan stroomstootjes van me toegediend. Met een verlichte knipoog vanaf het nachtkastje sliep ze net als mij daarna tevreden in. Zelf dacht ik aan een vorm van lichte dementie, zo ze de laatste periode de dagen sleet met mij.  Bij het beroeren van de knopjes (en dat waren er nog al wat) leek ze soms lang te moeten nadenken wat mijn verlangen met haar was. Drukte ik op de een, dan deed ze het ander. Vroeg ik haar iets liefs te schrijven, dan kreeg ik als antwoord een kortaf ‘goedemiddag’. Waarna ze in slaapstand ging. Mannen in witte jassen, die ik had geraadpleegd, vertelden me dat dat door de vele Appies die ze moest voeden kwam. Ja… ze verslond Appies, ‘t was me d’r eentje. Nu ligt ze hier bij mij op tafel, haar pacemaker uitgenomen naast haar. In paniek en uit machteloosheid had ik haar nog een klap met de hamer verkocht die sterretjes veroorzaakte. Maar ja, bij de meeste reanimatiepogingen breekt er wel eens een rib nietwaar. Wel heb ik de chippies uit haar rug gehaald. Die implanteer ik in haar vervangster. Tis een trieste bedoening al met al. Wat ik vooral ga missen zullen de mooie liedjes die ze voor me speelde zijn. We werden er beide zo warm van. Gelukkig heb ik haar door het jarenlange samenzijn goed leren kennen. In een wellicht iets te euforische stemming denk ik er nu aan haar geheugen eveneens te implanteren. Als dat toch eens zou kunnen. Alle woordjes, lief en boos. Alle plaatjes zacht en broos. Gereïncarneerd zien worden.Dat zou toch wat zijn. Al moet ik er voor naar Korea. Misschien Amerika (nee geen China), ergens ligt nieuw in een doosje mijn elektronische roosje.

Das een end op de fietse…

©J.G. Boomsma

Ideeënbussen en meer prullenbakken

By | Alle daagjes | One Comment

Dat is weer een subliem idee van mij… Nu zorgt mijn creativiteit wel vaker voor spraakmakende scenario’s natuurlijk. Maar goed, in al mijn bescheidenheid weet ik mijn plaats inmiddels. Voor de sceptici onder ons (daar heeft iedere genius mee te maken), zeg ik ‘ruimt u de kalmeringspillen maar weer op hoor’. ‘t valt wel mee. Gaat u maar even rustig zitten.

Om de organisatie van de Tour de France niet in de wielen te rijden (dat geeft opstoppingen), heb ik mijn vertrekdatum even geprikt. In nauw overleg met de ASO’s (Amaury Sport Organisation) uiteraard.  De wie…? hoor ik zeggen. Wel, samen met de UCI  (Union Cycliste Internationale) organiseert dit gezelschap wielerrondjes. Zij hebben hun eigen agenda zak maar zeggen. Ik kon mijn fietspet wel opeten trouwens toen ik besloten had me te conformeren, zo dat zo mooi heet, aan hun reglementen. Door mijn welwillendheid jegens hen ben ik verplicht vier fietstassen extra, plus een lading grind in mijn broekzakken te vervoeren. Dit ter compensatie van het volgens die regeltjes te lage gewicht van mij als berijder van mien fietse. Nou, jongens mij krijg je niet klein hoor. Dus, alléz, noteert u maar even; Vrijdag 1juli 2016 om 8 uur . Let wel, hierbij heb ik geen rekening gehouden met eventuele vertragingen door wegversperringen van pers en fanfarekorpsen en wegomzettingen die het massaal aanwezige publiek in toom moeten houden. Aangezien de Tour een dag later van start gaat zal dat wel loslopen dunkt me. Nee, ik ben een uiterst tevreden mens nu ik me heb vastgelegd op die datum. Plannen is voor mij nu eenmaal een nogal onwerkelijke en daardoor lastige klus. Ben snel het overzicht kwijt, heb geen ruimtelijk inzicht en ik kan niet goed inspelen op veranderingen. Eigenschappen als doelgericht denken en initiatieven nemen passen net zo min bij mij als een Eskimo in de Sahara. Hoewel dat laatste niet geheel onmogelijk is, als ik de weerberichten de laatste tijd zo beluister. Maar goed, mijn moment van vertrek staat vast en haalt wel wat kou uit de lucht, denk ik. Het geeft in ieder geval rust in die zin, dat ik een richtpunt heb en me verder kan voorbereiden op tijden en plaatsen. Morgen ga ik voor het eerst de druk opvoeren, door een honderdje op tijd te gaan rijden. RPM, ofwel hoeveel omwentelingen en in welk verzet, bij welke hartslag en dergelijke weetjes. Ook hier bestaan leuke gadgets voor, in de vorm van fietscomputers en noem maar op. Deze noviteiten laat ik eerst nog even mijn deur voorbijgaan. Luister naar mijn lijf en kijk wel op de klok. Straks, wanneer ik de nieuwe fiets heb komt de apparatuur wel. Dat zal nog wat worden hihi. Zodra er elektronica en andere moderne technieken de kop op steken bij mij, en het spul niet werkt zoals het moet, ben ik in staat de uitvinder daarvan minder fraaie dingen in het vooruitzicht te stellen. De prullenbak bij mij thuis heeft wel vaker dienst gedaan als verzamelplaats van een met zweet uitgedokterd novum en andere (hulp) middelen , die mij reeds in de verpakking toe (uit) lachten. Het middel is bij mij vaker een kwelling dan een oplossing en komt daarmee ook de veiligheid niet ten goede. In een opwelling van nare gedachten zie ik mij een afslag nemen, wat geen afslag is. Bezig met het programmeren van alle aan mien fietse bungelende apparatuur tijdens een sportieve en bloedstollende afdaling van een versteende alp. Bah, das niet leuk. Heb nog wel wat ideeën. Daar ga ‘k eerst wel even mee verder. Even in de bus kijken.

©J.G. Boomsma

Droomhut

By | Alle daagjes | No Comments

Afgelopen nacht heb ik mijn eigen ontworpen en gebouwde boshut weer eens bezocht. Het gaf een geruststellend gevoel alles nog op zijn eigen plaats te zien staan. Dat kan ook bijna niet anders, want buiten mijzelf zal niemand daar ooit komen. Op weg er naar toe was het koud geweest. De geluiden van de wind leken uit alle richtingen te komen. De oude wilgen floten in treurnis en lieten hun takken langs me schuren, wilden me deelgenoot maken van hun zware bestaan. Hou vol jongens, ik moet verder. De sparren rondom mijn bouwsel vormden een strijkorkest, als wilden ze me welkom heten. Dat voelde goed. Rillend over mijn hele lichaam kwam ik bij de zware deur die  vanzelf open leek te gaan. Fluitend, op lage toon, gaf een laatste windvlaag te kennen zich buitengesloten te voelen, bij het sluiten er van. Een weldadige rust voer in me toen ik zo eens rondkeek. Het haardvuur liet zijn vlammen dansen onder de stenen schoorsteenmantel waar Daisy me aankeek vanachter het kleine fotolijstje. Trouwe lieve hulphond van me. Ik was weer thuis. Zittend in mijn oude stoel zette ik een kleurige fles met niks aan mijn mond. Liet het me goed smaken. Uit het niets vulden mooie klanken de ruimte. Waren het de geluiden… straalde het vuur… ´k vroeg het me niet af. Daar zittend, bestaan geen vragen. Hoef dus niet op antwoorden te wachten, alles is er. Buiten in de kou liggen als haardhout gestapeld mijn gedachten. Niet geordend, maar das niet erg. Heb ze hier niet nodig. Ook besluiten laat ik buiten. Tis hier besloten, voor  ieder afgesloten. Alles wat ik nodig heb is daar, maar ik kan niemand zeggen waar. Tis mijn droom…

©J.G. Boomsma

Piano an

By | Alle daagjes | No Comments

Nagestaard door nieuwsgierige blikken vanachter zacht bewegende vitrages verlieten grote broer en ik die zaterdagochtend de ouderlijke woning. Op weg naar de oefenruimte van de plaatselijke muziekfanfare. Een illuster gezelschap dorpelingen met muzikale aspiraties. Als ik het goed heb waren de gebroeders Brouwer ons grote voorbeeld. Om door de strenge selectie van de uniformcommissie te komen zouden we worden klaargestoomd door meneer van Swieten. Zelf bespeelde ik de piston. Broerlief, geïnspireerd door mijn muzikale kwaliteiten, de schuiftrombone (slide trombone klinkt toch mooier). Was mijn koffertje handzaam, die van de trektoeter kon daarentegen gebruikt worden om tentstokken in te vervoeren. Maar vakantie zat er even niet in. Het leven van Mozart en Chopin liep toch ook niet op rolletjes? Nee, geoefend moest er worden. Met het plaatselijke café in zicht was de reis tot dusverre voorspoedig verlopen op de fietse. Achterop zittend met twee koffers, besloot de grootste koffer alvast de klep te openen waarna ik getuige was hoe het blinkende blaasinstrument mij en de bagagedrager vroegtijdig verliet. Na Leiden in last en James Last zou ook mijn broer wel enige uitleg schuldig zijn aan meneer van Swieten vreesde ik. De arme toeter had er in zijn honderdjarig bestaan in een split second (das een mooi woord hihi) nogal wat gebruikssporen bij gekregen. Ondanks dat ook mijn jongere zusje in latere jaren niet onverdienstelijk een Tuba de sporen gaf, zou the Kelly family ons later in bekendheid overtreffen. Maar ach, das al zo lang geleden. Maar denk er met plezier aan terug. Denk altijd met een goed gevoel terug aan de warmte van mijn nest. Ook goed om terug te kunnen keren en dingen te kunnen herbeleven, de bescherming nog steeds te kunnen voelen. In het bijzonder die van grote en in leeftijd jongere zusjes. Een soort reservemoeders zeg maar. Begaan en beschermend naar mij wanneer ik voor onrust in het nest zorgde. Geen abrupte correcties maar liefdevolle aanwijzingen. Ja, ‘t voelt goed daar terug te kunnen komen. Een programmaboekje van het concert des levens is er niet. Das mooi. Als hen die mij de liefdevolle tonen van het leven leerden er maar in vermeld staan. ‘k ga nog wat verder luisteren… Pianissimo.

©J.G. Boomsma