Monthly Archives: maart 2017

Zomertijd!

By | Alle daagjes | No Comments

De zomer in m’n bol en vanmiddag tegen vijven de klok alvast vooruit zetten. Heb ik vandaag alvast een uurtje langer daglicht. En volgende week zal de wind draaien naar zuid, zeggen ze. Zin in! En vanavond voetjebal kijken. Mathijs de Ligt doet niet mee heb ik gehoord. Verslikt in zijn Bulgaarse yoghurt tijdens het lezen van de opstelling. Fopspeen er in en lekker bijkomen jongen.

fijne en zonnige dag allen.

© J.G.Boomsma

Uitblazen

By | Alle daagjes | No Comments

Melk is goed voor elk. Maar niet voor Jan, want die piest er van. Deze poëtische ontboezeming vraagt om uitleg, vermoed ik. Welnu, het was een plagerig bedoeld woordgrapje uit mijn nog jonge jeugd en had betrekking op het feit dat mijn blaas de inhoudsmaat van een koeienuier aan zou nemen bij de inname van het witte goedje voor het te bedde gaan. Nogal discutabel, vond ik toen. Nu, jaren na dato van die door melkmuilen gedane uitspraak moest ik er de afgelopen dagen toch weer aan denken. Op de dam van een volle sloot ontwaarde ik een bestelbusje, bedrukt met de bedrijfsnaam: Psychologenpraktijk voor Knotse Koeien (PKK). Sommige mensen zien ook overal brood in dacht ik. Al snel werd ik uit deze vooringenomen overpeinzing gehaald toen er een zonderlinge gedaante op sandalen kwam aan gelopen. Met forse wallen onder de ogen vertelde de man mij dat hij nachtdienst had gehad en de hele nacht in touw was geweest, in een fluistersessie met Aagje, Boukje en nog een paar verwarde loeiers. Dit memorabele moment moest ik even laten bezinken en ‘t houdt mij nog bezig, moet ik zeggen. Gekke koeien. Het moet toch niet gekker worden, denk ik. Zou het niet kunnen zijn dat door de toegenomen intensiviteit in de veeteelt, met daarbij allerlei kunstgrepen, de koe het ook even niet meer weet? Tekende ik vroeger (in de tijd van Joris Driepinter) een koe in luttele minuten, tegenwoordig ben ik uren zoet met alleen het aanbrengen van koeienuiers, die het formaat van een aardappelzak overstijgen. Probeer dat maar eens subtiel te tekenen. Uit deze wandelende tankwagens wordt met gemak 8000 liter melk per jaar gewonnen (2500 in 1960). Een product wat we als mens niet echt nodig hebben, behoudens in de zoogtijd (babymelk). Ik ga er van uit dat elke boer begaan is met zijn veestapel, maar dit moet toch anders kunnen, denk ik. Zouden er geen alternatieven zijn te bedenken om deze oer-Hollandse bedrijfstak de helpende hand toe te steken? De witte melkmotor vervangen door een methaanrijke bruine motor, koeienraces, ik noem maar alvast wat. Tegelijk met deze gedachten hoop ik dat de gekte snel voorbij is en niet over slaat naar de rest van de kuddes. Inmiddels sta ik te trappelen van ongeduld om even op de fiets langs de Schotse hooglanders te gaan. Ik blaas dit even uit nu. Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma

Vet spannend

By | Alle daagjes | No Comments

Mijn eerste langere rit van het naderende voorjaar zit weer in het geheugen van het kleine digitale tellertje, gemonteerd op het Idworx stuur. Hoewel in de wetenschap dat er (nog) geen apen en beren in onze contreien zijn waargenomen, gaat er de eerste kilometers toch wel veel door mijn kop. Dan begint het echte fietsen toch bij het blauwe plaatsnaambordje Ubbena (gem. Assen). Daar, op dat smalle strookje beton wordt het ruisen van de brede bandjes weerkaatst door de robuuste boomstammen. Als vanzelf klinkt het geluid daarvan alsof elke voorbij zoevende boom mij de maat neemt. Stilletjes wellen er ongemerkt mooie deuntjes op daarboven. Dat veraangenaamt. Maar nogmaals, eerst de stad uit. Schuifelend op het smalle zadel de juiste zit weer zien te vinden, de juiste tandjes van de versnellingsbak in het achterwiel te kiezen, in het ritme komen. En tot de ontdekking komen dat zich tijdens de wintermaanden een hardnekkige vetophoping op buikhoogte heeft voltrokken… Dat valt wat uit de toon. Op mijn nachtkastje, onder mijn kussen, op tafel, ja, zelfs op het toilet liggen inmiddels allerhande blaadjes en tijdschriften over zin en onzin van voeding, spieropbouw en vetafname. Daarin las ik dat de man testosteron en de vrouw oestrogeen gaan verwisselen met het verstrijken der jaren. Bij de man zorgt dit voor (ja lacht u maar even) borstaanplant, terwijl de vrouw een lage sexy stem ontwikkeld. Wat best mooi is. Mij zelf met deze kennis moed in sprekend, denk ik dat er bij mij dus wel eens sprake van zou kunnen zijn van enige verzakking, dat het syndroom zich bij mij twintig centimeter lager ontplooid. Geen mens het zelfde toch? Ik ben dan ook prima tevreden met mijn cup drie maal A. Houden zo. Maar vooruit, waar was ik gebleven. Uit volle borst neuriënd had ik mijn geliefde Noorderplantsoen inmiddels bereikt. De fietse op de stander en smullen van mijn koolhydraat-arme broodjes, waarvan ik de korstjes aan de verzamelde eendenbeesten voerde. Terwijl de eenden zich met lange tanden door de oh zo gezonde broodresten worstelden, kwam er een beeldschone jongedame mijn kant op geschreden. Met zwoele stem vroeg ze, ongemakkelijk achterom kijkend, of ik haar wilde helpen. Ze vertelde dat ze reeds vanaf het begin van het plantsoen gevolgd werd door een jongeman. Een beetje vreemd wellicht zei ze, maar bij elke hoofdomdraai van haar verstopte het seigneur zich achter de dikke bomen. En of ik alstublieft met haar op wou lopen naar haar huis, wat niet ver was lopen vanaf de plek waar we stonden. Vanuit mijn ooghoeken zag ik inderdaad de rand van een sportief petje om de boom heen gluren. Hier was actie geboden begreep ik en vroeg de jonge dame even op mijn nog dampende stalen ros te passen. Ridder Jean zou dit varkentje wel even wassen. Met ferme passen, onbevreesd, liep ik op de bewuste boom af en riep hard “kiekeboe”. Natuurlijk had ik mijn zwaard thuis gelaten, maar mijn begroeting en mijn zachte, dwingende hand deden de struikrover afdruipen. Nog wat bedremmeld van mijn heldendaad en van de voorbije situatie was de dame nog niet geheel gerust gesteld en vroeg mij of ik haar toch nog zou willen begeleiden naar haar huis. Ongerust als ze was dat de schobbejak haar niet ongewild zou volgen en zodoende haar adres zou komen te weten. Met de fietse in de ene hand, de dame vlakbij de andere, kwamen we aan bij een gezellig ogend studentenhuis. Duizend maal dankzeggend nam ze afscheid van mij en sprong ik met een zwierige zwaai op de Idworx, de weg vervolgend naar moeke en andere familie. Daar wachtte de beloning, van warmte en een koolhydraatrijk, versgebakken kaakje. ‘s avonds terug, weer veilig thuis, overdacht ik mijn ritje naar ‘t Groningerland nog eens en dacht, hoewel ik vele bomen ben gepasseerd, dat er maar achter één daarvan mogelijk onheil had verscholen. Tis nog niet zo beroerd gesteld in de wereld vond ik. De eerste avontuurlijke honderd kilometers zitten er weer op. Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma

Zwevende kiezer

By | Alle daagjes | No Comments

Al fietsend schieten er vaak gedachten door mijn kop die nogal ver af staan van de alledaagsheid van het bestaan, maar er om de drommel wel mee te maken hebben. Zoals vorig jaar op die prachtige zonnige dag, helemaal alleen op een bankje midden op het Scharerelveld in de buurt van Westerbork. Genietend van de door mij meegebrachte eieren en bananen stonden de Schotse hooglanders mij ietwat argwanend gade te slaan wat ik daar kwam doen. Stel, dacht ik, dat het meest vooraanstaande koebeest besluit wapenonderhoud te plegen en met zijn hoorns mien fietse te grazen neemt. Een lichte paniek nam bezit van mij bij de gedachte hoe mijn Idworx van model zou veranderen. Vooropgesteld, ik ben beestachtig begaan met de natuur, maar om de stier na zijn noeste hoornslijperij te verwittigen dat ik het toch wel bijzonder onredelijk vind, gaat natuurlijk te ver. En toch, zo denkbeeldig was dit nu ook weer niet. Af en toe lees ik nog wel eens in de krant dat er een boer te grazen is genomen door een lid van zijn eigen veestapel, dus ik bedoel maar. Voor mij kan het dan ook geen kwaad, mijn gedachten zo helemaal alleen, te laten gaan en uit te spreken. Zweverigheid is mij eigen. “dan liever de lucht in!” riep van Speijk en blies zijn jacht op, om zo zijn verzekeringspenningen te innen. Dat voorval is al weer enige jaren geleden. Maar zijn uitspraak heeft bij mij niets aan kracht ingeboet. Waardoor ik vast ook tot de zwevende kiezers behoor. Ik kom dan ook pas weer beneden op het moment dat alles weer rustig is daar beneden. Vanaf een afstandje toekijken hoe gek de wereld is geworden. Mij proberen te distantiëren van de zottigheid waar ik zelf ook een deel van uit maak. Verlekkerd denken aan gezond eten en op de computer ‘zure bom’ intoetsen schijnt zelfs gevaarlijk te zijn, getuige de berichten dat er geheim agenten mee kunnen kijken. Moest een geheim agent vroeger nog opvallend onopvallend in de vakkundig verstopte microfoon in zijn vieze schoen praten, nu kan hij clean vanachter zijn scherm mee kijken door middel van een in uw pc ingebouwd microfoontje en zelfs cameraatje. Zakdoekje leggen, niemand zeggen. Tis inderdaad om te huilen al die gekkigheid. En dat allemaal voor ons eigen welzijn, zo wordt er gezegd. In ultramoderne wetenschapsruimtes worden manieren ontworpen om de mensheid steeds ouder en gezonder te laten worden. Terwijl knappe buurtjes in een dito gebouw op steenworp afstand machines in elkaar knutselen om de mensheid zo snel en massaal mogelijk om zeep te helpen. Witte reus, wast een berg, kost een beetje. Of iets in die trant. Nee, laat mij dan maar wat lichtvoetig zijn, om zodoende te proberen niet in botsing te komen met alle metershoge billboards van waar ons welzijn en voorspoed worden toe geroepen. Want laten we wel zijn, we kunnen toch ook kiezen om elkaar niet steeds weer de oren te laten wassen of dat bij die ander ongevraagd te doen?

Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma