Humaniteit…

By | Alle daagjes | No Comments

Bitter en zoet. Veertien jaar lang passeerde ik deze korte tekst. Uitgehouwen in een gevelsteen op één der voormalige dienstwoningen. Ik keek er niet echt naar om wanneer ik vanaf Assen naar mijn standplaats Veenhuizen reed. Leven is werken. Een ander adagium, vond ik destijds een meer op mij geslagen toepassing. Net buiten Assen, waar nu een “moderne woonwijk met voorzieningen” op afgegraven veen is gebouwd, moest het volgens een gebedsgenezeres die ik eens bezocht maar een schrale bedoening zijn geweest. Met ellende, armoede en verdriet. In latere jaren heb ik mij wel enigszins proberen te verdiepen in haar woorden. Uitgesproken naar ons als ouders van een ziek kind. Haar handoplegging was niet meer dan een gloeiende plek op de huid van een kind van de moderne tijd. Een andere, echte verdieping van de geschiedenis van de Kolonie Veenhuizen kreeg ik net voor het weekend aangereikt. De weldaad werd mij gegund door werknemers, ex-collega’s en leidinggevenden van het tegenwoordige Veenhuizen. Als introducé werd ik aan de hand van mijn vriendin mee getornd naar de openlucht theatervoorstelling “het pauperparadijs”. Wat een belevenis. Theaterbezoek, musicals, optredens van muziekgezelschappen, het is aan mij niet altijd goed besteed. Te veel reuring en impulsen voor mijn hoofd. Het heeft daardoor vaak wat tijd nodig om al die indrukken te laten bezinken. Wat was het geweldig! Dans, beweging, de muziek (dat heet toch choreografie?), de verhalenverteller die het stuk aaneenreeg en zoveel indruk op mij maakte, ik zou het hele stuk nog wel een paar keer willen bijwonen. De cast, omgeven door huizenhoge decorstukken in de meest fantastische belichting, beeldt en verteld de geschiedenis uit van wat vroeger de “Maatschappij der Weldadigheid” heette. Een project bedacht en opgezet door een generaal, die vond dat hij DE oplossing had voor een vraagstuk wat ook nog zo past bij deze tijd. Vluchtelingen, zwervers, armoedelijders. Paupers. Het zou ons aan het denken moeten zetten. De ruis aan gedachten is nog niet verstomd. Bij mij. Ik kom nog niet toe aan het door schrijfster gesigneerde en indrukwekkend vormgegeven boek. Onbedoeld wil ik reclame maken voor het boek en theaterstuk. Klikt u maar eens op Suzanna Jansen   Op de weg terug naar huis, langs een door bruin veenwater gekleurde vaart, speelde het nummer van Bruce Springsteen en Tom Morello door mijn hoofd. “the ghost of Tom Joad”. Dat vond ik wel passend.

Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma

Schoonspringen…

By | Alle daagjes | No Comments

Hoofdschuddend zit onze Max achter het stuur van zijn Franse brik de verrichtingen van zijn medeweggebruikers gade te slaan. Ontspannend luisterend naar Guus Meeuwis op de boordradio tipt hij nog eens bedachtzaam zijn as in het overvolle asbakje, standaard aanwezig in zijn bolide. Ondanks de laatste mop, vanuit de pibox via de radio aan hem doorgeseind, vergaat hem het lachen. De sport verliest steeds meer aan schoonheid zie je hem denken. Een Duitser die zijn bumper opzettelijk tegen een Italiaan parkeert is niet zo netjes, zeker niet bij deze snelheden. In de caravan had hij even daarvoor de ochtendkrant nog even rustig doorgebladerd en was zijn oog op een foto gevallen van een met bloed besmeurde wielrenner die geen draad meer heel om het lijf had. Met 60 km/u door ellebogenwerk van een medefietser de schrikhekken in geduwd. Dat ik zelf tijdens het zaklopen in een gemene bocht wel eens op de punt van de zak van mijn voorganger ging staan en hem daarbij een zekere overwinning ontnam, was maar kinderspel. Vind ik. Zelfs bij het waterpolo overweegt men de inzet van een onderwater-referee las ik ergens, terwijl het niet lang meer zal duren dat er bij het voetjebal even zoveel scheidrechters als spelers op het veld rond huppelen. Het zelfreinigend vermogen in de sport kan niet meer op tegen het wit gewassen geld wat er met reuzenkracht in wordt rondgepompt. Denk ik.

Terugtrappen

By | Alle daagjes | No Comments

Mijn eerste racefiets was een Fongers. Was het 1961? Over Aerodynamica was nog geen discussie en mijn kennis over sportvoeding strekte zich niet verder uit dan spekjes en trekdroppen. De techniek van mijn tweewieler was ook al geen voer voor kleverige uiteenzettingen. Die bestond uit een omgekeerd stuur, terwijl de twee versnellingen uit mijn linker- en rechterkuit kwamen. Vol bewondering zit ik nu naar de tijdrit van de Tour te kijken en in het bijzonder de techniek van zowel fiets als kleding. Wetenschappelijke huzarenstukjes, daardoor niet voor mij weggelegd, blijf ik de purist. Neemt niet weg dat ik mij graag laat meevoeren in de bevlogenheid van anderen. Bedachtzaam (duizelend) roer ik in mijn koffie op de pleisterplaats en murmel af en toe, hm, hm. Maar bewonder wel de beleving van al diegenen. Als je maar plezier hebt in wat je doet denk ik maar. Gisteren een, voor mij, bijna heroïsch verslag gelezen van Floris van Overveld die met tienduizend(!) anderen de Dolomietenmarathon heeft gereden (Facebook). Wat een ontzag en respect voor deze mannen en vrouwen. Heel basaal, terugkomend op het begin van dit stukkie, is het toch het ronddraaien van de beide trappers wat mij vooruit doet komen. Vandaag exact een jaar geleden reed ik in Duitsland langs de Rijn. Op weg naar? Spanning, teleurstelling, paniek, dankbaarheid, verwondering en bewondering. Het zat onzichtbaar maar zo aanwezig in mijn overvolle fietstassen. Het waren mijn reisgenoten. Maar bovenal en op dit moment zo tastbaar, voert dankbaarheid de boventoon. Dat ik die tocht heb kunnen en mogen maken. Wensen, ja, die blijven. Wind tegen of in de rug, blijven rondgaan zonder tijd. Kunnen blijven sturen en kijken waar ik uit kom.

Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma

Dwalen

By | Alle daagjes | No Comments

Onder zomerse temperaturen gisteren weer een mooie rit mogen maken. Niet nadat er eerst toilet was gemaakt aan de fietse en zijn berijder. De spaken, de beide naven ( waarbij de Rohloff achternaaf een extra veegje kreeg), het moest er pico bello uitzien. Daarna  de haartjes in de krul en een wolkje lekker roek ( een blend van parfum en muggenspray). Een laatste controle in de lachspiegel en ik was er klaar voor. Om alvast een beetje in de TT sfeer te geraken was het circuit mijn startpunt eigenlijk een beetje. Vanaf hier  begint het grote genieten voor mij altijd. Als in een kast met lekkers is het meestal moeilijk kiezen en volg ik mijn impulsen welke route te rijden. Aangekomen in Amen zag ik dat er een soort braderie door het dorp was, waardoor ik verzeild raakte tussen tafels, stoelen, krukken en mensen met krukken bij poffertjeskramen. Hoewel een meneer in oranje hesje me had verzekerd dat fietsen was toegestaan, moest ik scherp sturen, waarbij een nevel van poedersuiker het zicht er niet beter op maakte. Waarschijnlijk door de vele kraampjes bleek eenmaal buiten Amen dat ik de afslag naar Grolloo had gemist. Niet erg hoor. Dwalen door Drenthe en vervolgens verdwalen in prachtige dichtbij- en vergezichten is anders, veel mooier dan de waas die het leven soms is. Na ontelbare kilometers fietsen in deze contreien toch steeds weer nieuwe weggetjes ontdekken. Kleine stofwolkjes achter me latend over een schelpenpaadje. Met een verholen glimlach achter bossages in de verte het kleine torentje van Grolloo ontwaren. Dat maakt het dwalen elke keer weer mooi. Vanuit Grolloo via Papenvoort naar Rolde. Daar de Idworx op de stander en mij eenmaal gesetteld op het bevolkte terras verwennen met een kop koffie. Wat lekkers er bij? Oh zeker, bij ieder heerlijk bakkie een kanonskogel van een gevulde bonbon. Op de koop toenemend dat mijn kunstmatige maalinrichting in delen verpakt in het kleurige papiertje terug moet achter op de pakjesdrager. Nee hoor, geduldig zuigend de chocolade versnapering mijn smaakpapillen tot leven laten wekken. Aan de mooie jongedame de rekening vragen en nog bruiner dan voorheen mij weer gereed maken voor het laatste stukkie. Een nogal luidruchtige groep fietsers had inmiddels het terras ontdekt. De gangmaker van het gezelschap vroeg quasi belangstellend of ik koude handen had. Voor langere afstanden draag namelijk ik altijd fietswanten. Deze zijn bij de vingerkootjes afgeknipt. Lijkt het. Maar ze bevallen mij uitstekend en gaan het dove gevoel in mijn handpalmen tegen. Niet doof voor zijn grappige opmerking, wilde ik in een volgende impuls antwoordden dat als gevolg van zijn bont gekleurde pet die hij droeg, het risico op hersenafknelling niet denkbeeldig was. Maar ik kon me inhouden. Maar a la, via Loon over de bult en op naar Assen. Thuis gekomen het fietscomputertje laten vertellen dat er een niet onverdienstelijk gemiddelde van 23.7 kilometer bijeen is getrapt door de beentjes. Het was weer schitterend.

Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma

Pandalease

By | Alle daagjes | No Comments

De beide Pandaberen zijn reeds begonnen met hun inburgeringscursus. Dus niet meer met stokjes eten, maar zo het heurt, met mes en vork. In hun luxe verblijf zal het hen aan niets ontbreken. De Hamerhaai en Zaagvis hebben het groffe werk aan het onderkomen met een tandje er bij met verve volbracht, de Kraanvogel en de Ratelslang tekenden voor het sanitaire gedeelte. Nu maar schaapjes tellen en hopen dat er gauw een Krachtige Wolk voor Elegante Ster zal verschijnen. Hopelijk zullen de bezoekers elkaar niet als Tentharingen de keet uit vechten daar in Rhenen.

© J.G.Boomsma

In vogelvlucht

By | Alle daagjes | No Comments

Een fietsritje over het heideveld van Balloo voert mij meestal als afsluiting langs Kampsheide. Uitkijkend vanaf het heuveltje zie ik recht voor mij het Deurzerdiep kronkelen. Links doemt dan altijd de oude schans op. Hier was het dat, volgens de overlevering, Bernhard van Galen (Bommen Berend) met zijn troepen een kampement had opgeslagen op zijn weg naar Groningen. In de volksmond wordt dit gebied het poepenhemeltje genoemd. Geholpen door de rookwolken van mijn eigen nicotinevijand kost het mij vaak weinig moeite mij te verplaatsen in de geschiedenis en hoe het er aan toe moet zijn gegaan. Geschiedenis was op school mijn favoriete vak. Door moderne technieken, en daarmee inzichten, zit er toch nog dynamiek in het verleden. Denk ik. Zo heb ik toch wel enig ontzag gekregen voor de vindingrijkheid en krijgslisten der Duitse edelmannen. Maar doordat ik door de bomen het bos soms niet meer zie wil ik nog wel eens wat feiten door elkaar husselen.Tis ook nogal wat. Binnenkort wordt in het Drents museum, heb ik me laten vertellen, een afgescheurde en uitstekend geconserveerde broekspijp tentoongesteld. Deze heeft toebehoord aan een der kanonniers ( woeste mannen met een kort lontje) die zich al dan niet vrijwillig per kanonskogel richting stad en ommeland had liet schieten (jaren later probeerde Baron von Munchhausen hetzelfde). Tijdens deze vlucht op een projectiel ter grootte van een bowlingbal moet hij rakelings over het meisje van Yde zijn gevlogen. Meisje van Yde..? Das een ander verhaal. Een beetje macaber worden de geconserveerde resten van dit arme kind het veenlijk genoemd. Ook deze zijn in hetzelfde museum te bezichtigen. Maar goed, terug naar het heden. Nu het al weer enige jaren wat rustiger is in en rondom Assen, heeft dit schitterende natuurgebied zich met wat kunstingrepen ontwikkeld tot een rustgever pur sang. Kabbelt het water van het diepje zich zomers rustig stroomafwaarts, zelf heb ik ook wel eens gezien dat het door regenval hogerop met een snelle stroom door het Drentse spoelt. Vredelievend bekijk ik gezeten op het bankje hoe de natuur de warmte van de voorjaarszon omarmt. Groene en blauwe grassen waar de eerste vliegjes speels over heen lijken te dansen. De eerste wesp die ik met een plagerig rookwolkje een andere richting op laat vliegen. De geopende fietstassen waar ik mijn natje en droogje uit heb gevist en mij laaf aan het water uit de bidons van “fietsen en koffie”, een geschenk van de gelijknamige fietsenzaak die mij vorig jaar heeft ondersteunt in mijn tocht. Wat gaat een jaar snel denk ik. Binnenkort zal ik eens wat opnamen proberen te maken met behulp van de camera op het stuur, neem ik mij voor. Fijne dag voor nu.

© J.G.Boomsma

Zomertijd!

By | Alle daagjes | No Comments

De zomer in m’n bol en vanmiddag tegen vijven de klok alvast vooruit zetten. Heb ik vandaag alvast een uurtje langer daglicht. En volgende week zal de wind draaien naar zuid, zeggen ze. Zin in! En vanavond voetjebal kijken. Mathijs de Ligt doet niet mee heb ik gehoord. Verslikt in zijn Bulgaarse yoghurt tijdens het lezen van de opstelling. Fopspeen er in en lekker bijkomen jongen.

fijne en zonnige dag allen.

© J.G.Boomsma

Uitblazen

By | Alle daagjes | No Comments

Melk is goed voor elk. Maar niet voor Jan, want die piest er van. Deze poëtische ontboezeming vraagt om uitleg, vermoed ik. Welnu, het was een plagerig bedoeld woordgrapje uit mijn nog jonge jeugd en had betrekking op het feit dat mijn blaas de inhoudsmaat van een koeienuier aan zou nemen bij de inname van het witte goedje voor het te bedde gaan. Nogal discutabel, vond ik toen. Nu, jaren na dato van die door melkmuilen gedane uitspraak moest ik er de afgelopen dagen toch weer aan denken. Op de dam van een volle sloot ontwaarde ik een bestelbusje, bedrukt met de bedrijfsnaam: Psychologenpraktijk voor Knotse Koeien (PKK). Sommige mensen zien ook overal brood in dacht ik. Al snel werd ik uit deze vooringenomen overpeinzing gehaald toen er een zonderlinge gedaante op sandalen kwam aan gelopen. Met forse wallen onder de ogen vertelde de man mij dat hij nachtdienst had gehad en de hele nacht in touw was geweest, in een fluistersessie met Aagje, Boukje en nog een paar verwarde loeiers. Dit memorabele moment moest ik even laten bezinken en ‘t houdt mij nog bezig, moet ik zeggen. Gekke koeien. Het moet toch niet gekker worden, denk ik. Zou het niet kunnen zijn dat door de toegenomen intensiviteit in de veeteelt, met daarbij allerlei kunstgrepen, de koe het ook even niet meer weet? Tekende ik vroeger (in de tijd van Joris Driepinter) een koe in luttele minuten, tegenwoordig ben ik uren zoet met alleen het aanbrengen van koeienuiers, die het formaat van een aardappelzak overstijgen. Probeer dat maar eens subtiel te tekenen. Uit deze wandelende tankwagens wordt met gemak 8000 liter melk per jaar gewonnen (2500 in 1960). Een product wat we als mens niet echt nodig hebben, behoudens in de zoogtijd (babymelk). Ik ga er van uit dat elke boer begaan is met zijn veestapel, maar dit moet toch anders kunnen, denk ik. Zouden er geen alternatieven zijn te bedenken om deze oer-Hollandse bedrijfstak de helpende hand toe te steken? De witte melkmotor vervangen door een methaanrijke bruine motor, koeienraces, ik noem maar alvast wat. Tegelijk met deze gedachten hoop ik dat de gekte snel voorbij is en niet over slaat naar de rest van de kuddes. Inmiddels sta ik te trappelen van ongeduld om even op de fiets langs de Schotse hooglanders te gaan. Ik blaas dit even uit nu. Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma

Vet spannend

By | Alle daagjes | No Comments

Mijn eerste langere rit van het naderende voorjaar zit weer in het geheugen van het kleine digitale tellertje, gemonteerd op het Idworx stuur. Hoewel in de wetenschap dat er (nog) geen apen en beren in onze contreien zijn waargenomen, gaat er de eerste kilometers toch wel veel door mijn kop. Dan begint het echte fietsen toch bij het blauwe plaatsnaambordje Ubbena (gem. Assen). Daar, op dat smalle strookje beton wordt het ruisen van de brede bandjes weerkaatst door de robuuste boomstammen. Als vanzelf klinkt het geluid daarvan alsof elke voorbij zoevende boom mij de maat neemt. Stilletjes wellen er ongemerkt mooie deuntjes op daarboven. Dat veraangenaamt. Maar nogmaals, eerst de stad uit. Schuifelend op het smalle zadel de juiste zit weer zien te vinden, de juiste tandjes van de versnellingsbak in het achterwiel te kiezen, in het ritme komen. En tot de ontdekking komen dat zich tijdens de wintermaanden een hardnekkige vetophoping op buikhoogte heeft voltrokken… Dat valt wat uit de toon. Op mijn nachtkastje, onder mijn kussen, op tafel, ja, zelfs op het toilet liggen inmiddels allerhande blaadjes en tijdschriften over zin en onzin van voeding, spieropbouw en vetafname. Daarin las ik dat de man testosteron en de vrouw oestrogeen gaan verwisselen met het verstrijken der jaren. Bij de man zorgt dit voor (ja lacht u maar even) borstaanplant, terwijl de vrouw een lage sexy stem ontwikkeld. Wat best mooi is. Mij zelf met deze kennis moed in sprekend, denk ik dat er bij mij dus wel eens sprake van zou kunnen zijn van enige verzakking, dat het syndroom zich bij mij twintig centimeter lager ontplooid. Geen mens het zelfde toch? Ik ben dan ook prima tevreden met mijn cup drie maal A. Houden zo. Maar vooruit, waar was ik gebleven. Uit volle borst neuriënd had ik mijn geliefde Noorderplantsoen inmiddels bereikt. De fietse op de stander en smullen van mijn koolhydraat-arme broodjes, waarvan ik de korstjes aan de verzamelde eendenbeesten voerde. Terwijl de eenden zich met lange tanden door de oh zo gezonde broodresten worstelden, kwam er een beeldschone jongedame mijn kant op geschreden. Met zwoele stem vroeg ze, ongemakkelijk achterom kijkend, of ik haar wilde helpen. Ze vertelde dat ze reeds vanaf het begin van het plantsoen gevolgd werd door een jongeman. Een beetje vreemd wellicht zei ze, maar bij elke hoofdomdraai van haar verstopte het seigneur zich achter de dikke bomen. En of ik alstublieft met haar op wou lopen naar haar huis, wat niet ver was lopen vanaf de plek waar we stonden. Vanuit mijn ooghoeken zag ik inderdaad de rand van een sportief petje om de boom heen gluren. Hier was actie geboden begreep ik en vroeg de jonge dame even op mijn nog dampende stalen ros te passen. Ridder Jean zou dit varkentje wel even wassen. Met ferme passen, onbevreesd, liep ik op de bewuste boom af en riep hard “kiekeboe”. Natuurlijk had ik mijn zwaard thuis gelaten, maar mijn begroeting en mijn zachte, dwingende hand deden de struikrover afdruipen. Nog wat bedremmeld van mijn heldendaad en van de voorbije situatie was de dame nog niet geheel gerust gesteld en vroeg mij of ik haar toch nog zou willen begeleiden naar haar huis. Ongerust als ze was dat de schobbejak haar niet ongewild zou volgen en zodoende haar adres zou komen te weten. Met de fietse in de ene hand, de dame vlakbij de andere, kwamen we aan bij een gezellig ogend studentenhuis. Duizend maal dankzeggend nam ze afscheid van mij en sprong ik met een zwierige zwaai op de Idworx, de weg vervolgend naar moeke en andere familie. Daar wachtte de beloning, van warmte en een koolhydraatrijk, versgebakken kaakje. ‘s avonds terug, weer veilig thuis, overdacht ik mijn ritje naar ‘t Groningerland nog eens en dacht, hoewel ik vele bomen ben gepasseerd, dat er maar achter één daarvan mogelijk onheil had verscholen. Tis nog niet zo beroerd gesteld in de wereld vond ik. De eerste avontuurlijke honderd kilometers zitten er weer op. Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma

Zwevende kiezer

By | Alle daagjes | No Comments

Al fietsend schieten er vaak gedachten door mijn kop die nogal ver af staan van de alledaagsheid van het bestaan, maar er om de drommel wel mee te maken hebben. Zoals vorig jaar op die prachtige zonnige dag, helemaal alleen op een bankje midden op het Scharerelveld in de buurt van Westerbork. Genietend van de door mij meegebrachte eieren en bananen stonden de Schotse hooglanders mij ietwat argwanend gade te slaan wat ik daar kwam doen. Stel, dacht ik, dat het meest vooraanstaande koebeest besluit wapenonderhoud te plegen en met zijn hoorns mien fietse te grazen neemt. Een lichte paniek nam bezit van mij bij de gedachte hoe mijn Idworx van model zou veranderen. Vooropgesteld, ik ben beestachtig begaan met de natuur, maar om de stier na zijn noeste hoornslijperij te verwittigen dat ik het toch wel bijzonder onredelijk vind, gaat natuurlijk te ver. En toch, zo denkbeeldig was dit nu ook weer niet. Af en toe lees ik nog wel eens in de krant dat er een boer te grazen is genomen door een lid van zijn eigen veestapel, dus ik bedoel maar. Voor mij kan het dan ook geen kwaad, mijn gedachten zo helemaal alleen, te laten gaan en uit te spreken. Zweverigheid is mij eigen. “dan liever de lucht in!” riep van Speijk en blies zijn jacht op, om zo zijn verzekeringspenningen te innen. Dat voorval is al weer enige jaren geleden. Maar zijn uitspraak heeft bij mij niets aan kracht ingeboet. Waardoor ik vast ook tot de zwevende kiezers behoor. Ik kom dan ook pas weer beneden op het moment dat alles weer rustig is daar beneden. Vanaf een afstandje toekijken hoe gek de wereld is geworden. Mij proberen te distantiëren van de zottigheid waar ik zelf ook een deel van uit maak. Verlekkerd denken aan gezond eten en op de computer ‘zure bom’ intoetsen schijnt zelfs gevaarlijk te zijn, getuige de berichten dat er geheim agenten mee kunnen kijken. Moest een geheim agent vroeger nog opvallend onopvallend in de vakkundig verstopte microfoon in zijn vieze schoen praten, nu kan hij clean vanachter zijn scherm mee kijken door middel van een in uw pc ingebouwd microfoontje en zelfs cameraatje. Zakdoekje leggen, niemand zeggen. Tis inderdaad om te huilen al die gekkigheid. En dat allemaal voor ons eigen welzijn, zo wordt er gezegd. In ultramoderne wetenschapsruimtes worden manieren ontworpen om de mensheid steeds ouder en gezonder te laten worden. Terwijl knappe buurtjes in een dito gebouw op steenworp afstand machines in elkaar knutselen om de mensheid zo snel en massaal mogelijk om zeep te helpen. Witte reus, wast een berg, kost een beetje. Of iets in die trant. Nee, laat mij dan maar wat lichtvoetig zijn, om zodoende te proberen niet in botsing te komen met alle metershoge billboards van waar ons welzijn en voorspoed worden toe geroepen. Want laten we wel zijn, we kunnen toch ook kiezen om elkaar niet steeds weer de oren te laten wassen of dat bij die ander ongevraagd te doen?

Fijne dag allen.

© J.G.Boomsma