Monthly Archives: september 2015

Voldaan

By | Alle daagjes | No Comments

Met het kerktorentje van Rolde de rug toegekeerd, probeer ik me een voorstelling te maken hoe het Balloërveld er in vroegere jaren moet hebben uitgezien. Kan me daar met de vele grafheuvels en de hunnebedden wel een beeld bij vormen. Voor mij wat meer tastbaar zijn de nog steeds zichtbare karrensporen uit de middeleeuwen. Met de kop in de zon zie ik voor me hoe de koetsier zijn belangrijke lading van Coevorden naar Groningen joeg. Over woeste gronden en soms langs nogal woest volk.  Rij- en rusttijden bestonden nog niet. Wel tolpoortjes heb ik me laten wijsmaken. In ruil voor een aantal muntstukken mocht de koetsier zijn weg vervolgen. Goed beschouwd heeft de uiteindelijke aanleg van de N33 nogal wat jaartjes geduurd, maar zijn behoefte wel aangetoond. Weg met die gekkigheid nu. Als soldaat in opleiding werd ik destijds ook de hei opgestuurd. Omdat uitzendingen nog niet bestonden had het Ministerie van Defensie exotische namen bedacht voor de Drentse oefenlocatie. Het bananenbosje en vlak daarbij het bikinibosje. Dit laatste vond ik nogal paradoxaal gezien de pasvorm van mijn onderboek, (Frans Molenaar bestond nog niet en het ontwerp van de lingerie was uitbesteed aan een fabrikant van dekkleden, wat lekker goedkoop was) die striemde rondom mijn borstkas en daarmee mijn exotische fantasie geweld aandeed. ‘t was een mooie tijd. Terugdenkend kon ik toen niet bevroeden ooit zo dicht bij de natuur te komen die ik nu dagelijks doorkruis. Mij omdraaiend roept het torenpuntje me weer terug in de werkelijkheid van nu. Realistisch, maar zo verduveld mooi. Als koetsier op mien eigen fietse wil ik niet jagen. Doe ‘t kalm aan. Heb mijn tolgeld wel voldaan.

stekeligheden

By | Alle daagjes | No Comments

Een beetje doelloos slenterde ik door de stad. Mooi weer, volle terrassen en meer van dat soort drukte, u kent het wel. Moet mezelf op rantsoen zetten met dit soort dagen. Ongemerkt loopt de emmer vol daar boven. Maar tis toch wel genieten. Ik trakteerde mezelf op een kopje koffie op een punt waar ik overzicht had en de bediening oprecht aardig is. Naast me zaten twee kwetterende dames in de dop het wel en wee met elkaar te delen. Dacht even aan mijn jeugd. Best lang geleden. Tegenover mij kwamen een aantal dames zitten die heel wat jaren eerder uit de dop waren gekropen. Na een luidruchtige stoelendans van het kransje (zakdoekje leggen, niemand zeggen) was de rust enigzins wedergekeerd. Met een gelukzalig gevoel genoot ik van de zonnestralen. Tot het moment dat ik terug kwam in de harde werkelijkheid. Er was  een waar luchtgevecht uitgebroken tussen de dames en een formatie wespen. Niets werd geschuwd in hun poging het gevecht in hun voordeel te beslissen. Menukaarten en zelfs een enkele schoen werd hiervoor in de strijd geworpen. Een uit de formatie gedoken wesp waagde het desondanks na een fraai uitgevoerde vrille  het gebaksbordje als landingsstrip te kiezen. In een bescheiden rookwolkje zat ik als een volleerd imker de luchtshow gade te slaan. Mijn opmerking niet naar de beestjes te slaan werd beantwoordt met blikken die verraden dat ik ook in de vuurlinie van hen zou komen te leggen. Dus liet het maar zo. Eenmaal thuis overviel mij een weemoedige gedachte. Zouden we als mens en dier onder elkaar nog weer samen kunnen leven, zonder die ander als last te ervaren? ik sla mijn twijfels daarover van me af en droom van het goede.

Vrij voelen

By | Alle daagjes | No Comments

Het voelt vrij hier. Wel een vreemd gevoel van vrijheid. Er is hier iets blijven hangen van wat eens was. Bijna fluisterend was het geluid van mijn fietsbanden, op weg naar waar ik nu sta. Op beklemmende foto’s van vroeger kon ik zien dat het hier kaal en altijd kil moet zijn geweest. De bomen hebben zich niets aangetrokken van een macaber verleden. Dat vind ik wel goed.  Zij hebben geen schuld, aan leed door grote mensen veroorzaakt. Toch lijken ze met eerbied te waken over meer dan honderdduizend stenen monumentjes. Ook door mensenhanden gemaakt. Dat maakt me blij. Ik spring weer op mien fietse. Kop in de wind. Voel een traantje lopen… van de noordenwind?  ‘t geeft niet hij droogt wel weer op onder de Drentse luchten.  Zal ik nog even over Börk of toch maar de scharrelheide op. Het laatste. Dan over het Laaghalerveen op huis aan. Vrijheid voelen in het hoofd, kunnen doen wat  je diep vanuit je binnenste wordt ingefluisterd. Zelf de richting waar je gaat bepalen, das echte vrijheid. In de verte staan de muren van mijn eigen veiligheid. De bandjes onder mien fietse zingen hun lied, als waren ze net zo vrij als mij. Ben d’r bijna.

Kleurboek

By | Alle daagjes | No Comments

Mooi vind ik het. Zondag. Iedere dag is mooi, zou mooi moeten zijn. Maar er spoken lelijke dingen door ons heen, soms. We zijn wel eens bang. Voor dingen die nog moeten komen, maar ook voor dingen die tot het verleden gaan behoren. Het wat is geweest is beleefd. Daar hoeven we toch niet meer bang voor te zijn?  Elke tik van de klok snoept iets  van de toekomst af en maakt het verleden rijker, gevulder. Het leven is voor mij een kleurboek. Ik kleur het zelf in. Sommige potloden hebben de scherpte verloren, die ga ik opnieuw slijpen. Oude, door de tijd vergeelde bladzijden proberen weer van mooie kleuren te gaan voorzien. Er is één klein stompje potlood waar ik zuinig op ben. Durf hem niet te slijpen, die maakt alle bladzijden mooi. Het is mijn toverpotlood. Uitgummen is zonde vind ik. Tekeningen uit het verleden geven kleur aan de toekomst. Kleur maar in!

Tijdrit

By | Alle daagjes | No Comments

Een terugblik op dingen die zijn geweest kan wel eens verhelderend werken. Evalueren wat goed en minder goed was. Zo ben ik er eens  even rustig voor gaan zitten. De ruimte waarin ik me had opgesloten behangen met grafieken. Als gastspreker voor deze dag had ik mijn papegaai uigenodigd.

Onder de werkgevers waaronder ik heb gediend bleek het aantal echtscheidingen procentueel ver boven het gemiddelde te liggen. Logisch. Amoreuze bedoelingen werden gesmoord door nachtelijke paniekaanvallen bij de gedachte aan mijn persoon. Dat komt de harmonie ook niet echt ten goede. Ook onder collega’s had ik een bepaalde reputatie en ik kreeg van hen vragende blikken over de beloning van geleverde diensten. Tegen hen zeg ik “sorry, maar kom op jongens, het geleverde was wat onhandig verpakt maar de intentie was goed hoor”. Desondanks was mijn fysiek uitmuntend. Al vroeg in mijn leven ( goud op de 1500 meter zaklopen, zilver op de 100 meter koekhappen…!). Ja, kom niet aan mijn fysiek, das mijn feestje, zak maar zeggen. Lorre is inmiddels steil achterover van zijn stokje gevallen, dus ga ik nu weer over op de orde van de dag. Fietsen.
Ook daar heb ik echter mijn eigen specialiteit in ontwikkeld. Diep respect voor hen die tijdrijden tot hun onderdeel hebben gemaakt (proficiat Tom!), maar dat is niet echt mijn ding. Een akelige gedachte speelt door mijn geest wanneer ik denk aan mijn enige tijdrit; Bij de finish aangekomen onthaald worden. Door een controleur, in een door een fabrikant van slakkenverdelgingsmiddellen gesponsorde slaapzak, die mij verzocht zelf de stopwatch in te drukken. Nee, ik ben nogal slordig in de juiste opbouw en rijdt buiten vooraf berekende schema’s. Je wilt onderweg ook wat te kijken hebben nietwaar?  Voor mij geen heroïsche taferelen bij aankomst. Geef mij maar de diepe verwondering en bevrediging van mijn eigen wedstrijd. Een enkel spandoek ‘DE VLIEGENDE SPIJKER’.

Zuster Tinie

By | Alle daagjes | No Comments

Ieder huisje heeft zijn kruisje. Ja, ik weet het, ‘t kan altijd minder. Die van mij is, vanwege de afmetingen van het ding, met een hoogwerker afgeleverd. Maar ik mag niet mopperen. Om de buren de loef af te steken is, dankzij de uitvinding van kunstgras, het gras van hen niet meer groener. Dus ook met dat gezegde kunnen we de plaat poetsen. Niet praten maar poetsen zal ik maar zeggen. Vroeger bij ons in het dorp kwam de wijkzuster, zuster Tinie. Ze was van het Groene Kruis. Dat kon je ook zien aan het kleine glimmende kruisje op de strak gesteven revers. Ze was zo dat nu heet multi diciplinair inzetbaar. Het was gewoon een duizendpoot. Tinie rook naar groene zeep, lapte de ramen, maakte eten en bracht popjes ter wereld. En ze hielp mamme. Mooie tijd was dat, vind ik. Gisteren is mijn eigen Tinie weer bij me geweest. Ze helpt mij en dat is ook mooi. Ze kan mooi tekenen en tekende voor mij laatst een berg. “waar sta jij Jan.. waar wil je heen?” Vond het wel toepasselijk, want het trok wel parallellen met mijn fietsroute, waar ik me in had verdiept. Ze houdt me soms een spiegel voor. Enigzins vervormd lijkt dat op een lachspiegel, maar ‘k kan me er best in vinden hihi. Maar ik ben zo wijs met haar. Ze is mijn duizendpoot, verrekte handig ook. Tinie vindt het kruis wel iets te zwaar voor me en probeert iedere week het kruis een kopje kleiner te maken tot draagbare proporties door er heel handig een stukje af te zagen.

In.. kleuren

By | Alle daagjes | No Comments

De donkere randen van ‘t bos werden zichtbaar in de verte. Wat leek dat mooi. Nog een klein eindje rechtdoor, dan ‘t bruggetje over en dan even stoppen. Het was net of de Schotse hooglanders voorbij het wildrooster vroegen of ik mijn entree wel had betaald om in hun wereldje te mogen spieken. Nou, dat loopt wel los fluisterde ik naar de grootste. Mijn handen warm makend rondom het dampende door mij meegenomen bruine vocht,  keek ik voldaan naar het grootbeeldscherm, mij aangeboden. Zou Vivaldi het bij het componeren van Le quattro stagioni zo ongeveer bedoeld hebben? Dat kan natuurlijk niet, want met de vallende bladeren op de rails was hij nooit op tied in Drenthe west. Dat geeft ook niet,want ‘t stuk is mooi met zo hij het moet hebben gezien. Ook in donkere dagen klinkt muziek mooi. Zo ik daar zat voerden mijn gedachten me terug naar vroegere jaren. Mamme verhaalde over zwarte bladzijden uit een door muziek verlicht verleden. Ademloos luisterden we naar inkijkjes die waren beleefd en waargenomen, gezien door de ogen van het kind wat zij toen nog was. Duitse militairen marcheerden door Dokkum. Angst en afschuw. Geen afkeer (die zou verderop in het boek voorkomen). Mamme was tezeer mens, menslievend. Het waren jonge jongens die mooi konden zingen, op de maat van spijkerlaarzen die door het kleine Friese stadje klonken. Beeldend denkend zag ik voor me hoe de mitrailleurschutter zijn basstem in de Germaanse partituur ten gehore bracht. Gek dat ik daaraan dacht. Zou ik het muzikale gen van mamme hebben? Bah, ‘t werd koud om me heen, maar toch ook net of ik warmte voelde. De gedachten dwarrelden als vallende blaadjes, in vrijheid door mijn kop. Das mooi! ‘k moest maar weer es gaan, want een der koebeesten begon nieuwsgierig aan mijn voorwiel te snuffelen en van mien fietse blij je af.  Met een korte maar gemeende groet aan de grazers sprong ik weer op en reed  het bos in. Het was of ik de caleidoscoop van vroeger weer voor mijn ogen zag. Prachtige kleuren en als ik schudde dan kwamen er weer nieuwe…

Wielerlatijn

By | Alle daagjes | No Comments

Tijdens mijn fietstochtjes mijd ik meestal de druk bevolkte pleisterplaatsen, die rijdt ik onderweg voor bij. Grote groepen hardfietsers, behangen met apparatuur welke in een mobiele OK niet zou misstaan en die kakelen in wielrennerslatijn. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat er nog een reden aan ten grondslag ligt mij niet in dit snelle wereldje te vertonen; Mijn figuur roept associaties op met die van een asperge die te vroeg aan de koude grond ontrukt is. Om dat te accentueren met een aerodynamisch vormgegeven maillot, roept vergelijkingen op met die van een jockey in het uitgaansleven van een grote stad. Met zijn witte stretchpantalon, latex laarzen en in zijn hand een zweepje zou de arme man beticht kunnen worden een fout feestje te hebben bezocht, toch?  Ballorig als ik soms ben, kan ik het echter niet laten tijdens die momenten voor wat reuring op zo’n terras te zorgen. Zorgvuldig parkeer ik dan mijn Batavus Weekend met acht (!) versnellingen tussen de geavanceerde stukken techniek.  Mijn hagelwitte prothese onblotend, ga ik aan een tafeltje zitten naast die van een groepje snelheidsduivels, die de vliegen nog op hun voortanden dragen, als stille getuige van een woeste rit. Voor mij geldt geen prestatie en presentatie. De kop schoon trappen en zorgen dat ik leeg weer terugkom, nieuwe energie opdoen. Solo.

Stad uit

By | Alle daagjes | No Comments

Op weg naar het Groningerland zat ik al vroeg in het zadel. De stad uit fietsen op dit uur is voor mij een prima warming up. De eerste paar honderd meter langs het kanaal even rondtrappen in een licht verzet. Bij dichtbevolkte verkeerslichten even stoppen en de ochtendodeur van medefietsers opsnuiven, opnieuw optrekken, ja, langzaam worden de spiertjes warm. Bijna de stad uit, even een recht stukkie en mijn welgevormde billen het juiste contact met het ISM zadel laten zoeken, proberen in cadans te komen. Als aan het eind de laatste rotonde lonkt, zit ik goed. Bij Ubbena onstaat altijd even een lichte twijfel. Links- danwel rechtsaf, de keus het Drentse land dieper in te duiken of rechtdoor onverbiddelijk weten dat de punt van Drenthe in het vizier komt. Vroeger kon je, wanneer de wind vanuit de grote stad kwam, om deze tijd van het jaar de zoetige geur van de suikerfabriek ruiken. Ik ga rechtdoor. Sjonge jonge, wat zijn er veel slakken die net zo vroeg als ik het fietspad beglijden. Vind het wonderlijke beestjes en probeer ze zoveel mogelijk links en rechts in te halen. Mijn vriendin kwam eens met de suggestie om als derde mogelijkheid in hun slipstream te blijven, maar dat schiet ook niet op. Bovendien heb ik een hekel aan bumperkleven hihi. Ook beukennootjes liggen er weer veel op de smalle betonnen fietsstrook. Das ook  uitkijken. Voor je ‘t weet eindigt de vloeiende bochttechniek in het op ooghoogte kennis maken met alles wat leeft en kleeft (wie schreef dat toch ook al weer). Stad en ommeland naderen. d’ olle grieze torent al boven alles uit. Wat ruikt het lekker op het vals plat van het noorderplantsoen. De echte test voor mij nadert in de vorm van de Korrewegrotonde. Het mekka van fietsers die levensmoe zijn. Verkeersdeskundigen hebben hier met sadistisch genoegen jegens tweewielerfanaten een fieststrook langs de omtrek van de rotonde neergekwakt, lijkt het. Met een diepe zucht van opluchting verlaat ik de drukte van de stad. Aan de rand van het urbane geweld wordt ik ingehaald door een eenzame fietstas, die me bekend voorkomt. De laatse drempel in de vorm van een uit de kluiten gewassen springschans heeft er voor gezorgd dat het ding mijn bagagedrager vaarwel zei. Gauw richting de wolddiek en mijn bankje opzoeken. Daar, temidden van het grasland, laaf ik me aan het meegebrachte water en laat me de boterham goed smaken. Daar, in de verte wacht mamme. Kom er aan hoor!

Spoorzoekertje

By | Alle daagjes | No Comments

Een opfrissertje kan ik wel gebruiken. Kreeg er van de week eentje gratis toegeschoven, wat me aan het denken zette. Het onbekende opzoeken is het loslaten van bestaande zekerheden. Wat impliceert dat er angst kan ontstaan de controle te verliezen op het leven tot nu toe. Dat vergt enige voorbereiding, hadden onze voorouders ook wel in het snotje. Als jagers, op nieuw terrein, gingen ze niet lichtzinnig te werk. Ze gingen onderzoeken waar ze gingen en wat er allemaal mis kon gaan. Talloze scheermesjes verder, is de mens in dat opzicht veranderd, dat hij dingen heeft uitgedokterd die hem hiermee ten dienste staan. Ook ik probeer risico’s en voetangels voor mezelf in kaart te brengen Tal van beelden spoken door mijn hoofd. Van achteropkomende toeristen, die in hun koekblik van jolijt mijn fietse proberen te verbouwen, tot verschuivende berghellingen die mijn fietspret en andere joligheid kunnen bederven. ‘t maakt me best wel angstig trouwens, de betrekkelijke veiligheid van mijn eigen grot te verlaten. Me steeds verder te verwijderen  op weg naar het onbekende. Daar ben ik op mezelf, in mezelf. Ontdekken wie en waar ik ben. Hopelijk val ik niet op mijn staartbotje.